» Basenji Geschiedenis

H.K.H. Koningin Juliana met Basenji

 

Omstreeks 1870 schreef ontdekkingsreiziger dr. Scheinfurth, na een reis door centraal Afrika voor het eerst over deze wildernishonden met hun sierlijke lichaam, de waakzame staande oren en gekrulde staarten. Deze honden bezaten een korte gladde vacht in diverse roodschakeringen met meer of minder witte aftekeningen. De door dr. Scheinfirth ontdekte pygmeestammen, zoals de Nyam-Nyam Of de Mangbattu ( een stam uit het Ubangi-Uele district in Oost-Congo), gebruikten dit soort honden bij de jacht. Om de honden te kunnen volgen werd een bel om de hals van de hond bevestigd. Het materiaal en de vormgeving van deze jachtbellen varieerden van stam tot stam.

In 1882 ontdekte dhr. H. Johnston dat deze jachthonden niet konden blaffen. Hun geluid beschreef hij als een combinatie van huilen en grommen. De Ituri stam en de uit Zuid-Sudan afkomstige Bantu krijgers bezaten honden die naar de beschrijvingen zeer veel overeenkomst vertoonden met onze huidige Basenji's. Deze honden kwamen voor in geheel Afrika, maar ook de vele historische afbeeldingen in
rotstekeningen en in graftombes uit het oude Egypte laten een Basenji-achtig type hond zien. Zo is er een in Chatsworth House in Derbyshire (GB) aanwezig.
 

Het reliëf stelt voor koning Renu en zijn vrouw Dedet uit de 11e dynastie (1900 jaar voor Christus) met een Basenji zittend onder Renu's stoel. In de Saggara Pyramide bevinden zich gravures van honden met staande oren en sterk gekrulde staarten gelijkend op de Basenji in prachtige jachttaferelen. Ook de
hondenafbeeldingen in de grote pyramide van Khufu of Cheops vertonen grote gelijkenis met de Basenji. De Pharao Tutankhamon bezat een selecte meute van deze dieren, die getooid waren met gouden halsbanden, ingelegd met edelstenen.
Over het gehele Afrikaanse continent bevonden zich deze sierlijke, sterke honden met hun expressieve uitdrukking, de rechtopstaande oren en de sterk gekrulde staart.

Naar gelang de streek waar ze werden ontdekt, hadden zij andere namen zoals Congo Terriers, Lagos Wildernishonden, Bongo's en Zande honden. Ze bezaten een grote intelligentie en een enorm jachtinstinct. Mede hierdoor waren zij voor de inheemste pygmee-stammen van onontbeerlijke waarde. Op de Crufts tentoonstelling in 1895 werden de eerste Basenji-achtige honden  tentoongesteld. Deze door dr. W. Temple meegebrachte exemplaren stierven kort na de Crufts aan een virus infectie. Ongeveer tegelijkertijd bevonden zich ook enkele exemplaren van deze honden in de Jardin Zoölogique te Parijs en in
de Berlijnse Tiergarden. Lady Helen Nutting nam in 1923 vanuit Nahr-el-Ghazat  aan de grens van de Congo in totaal zes Basenji's mee. Zij stierven alle in de quarantaine kennels als gevolg van de toen nog experimentele  hondenziekte-inentingen.

Tien jaar later kwamen enkele exemplaren uit het toenmalige Belgische Congo en het had heel wat voeten in aarde, alvorens het ras toen door de Engelse Kennel Club werd erkend. Een export uit de Londense
dierentuin en enkele autoriteiten van de Kennel Club gingen naar de quarantaine kennels en men besloot om het ras de naam Basenji te geven, hetgeen 'wilde'of 'bosjesman' betekent. Nu nog wordt dit woord in de Congo gebruikt voor een domme  halfwilde inboorling.

Al deze exemplaren werden eveneens ziek en stierven op een teef na, die verder als huishond werd gehouden.Van groot belang voor de hedendaagse Basenji's was de inzet van mrs. Olivia Burn bekend fokster
van draadhaar Foxterriers onder de naam ”The Blean”. Tijdens haar verblijf in Belgisch Congo in 1936-1937 waar haar man werkzaam was, zag zij deze typische honden en kreeg zij de mogelijkheid verschillende exemplaren te kopen van diverse stamhoofden. Deze honden leggen de grondslag voor de ”of
Blean”Basenji's. Mrs. Olivia Burn's eerste importen waren: Bongo of Blean, Bokota of Blean, Bashele of Blean, Bungwa of Blean en Bakuma of Blean. Zowel Bongo als Bokota en de uit deze combinatie geboren pups veroorzaken in 1937 tijdens de Crufts tentoonstelling zo'n opschudding dat er politie agenten nodig
waren om de nieuwsgierige toeschouwers op voldoende afstand te houden. Met wisselend succes werden er nieuwe importen uit Afrika gehaald.

In 1939 begon de bekende en energieke fokster mrs. Veronica Tudor-Williams de belangen van de
fokkerij van dit ras serieus ter hand te nemen. Onder de kennelnaam ”of The Congo” importeerde mrs. Veronica Tudor-Williams o.a. Simolo of The Congo, Wau of The Congo en de wereldberoemde Fula of The Congo. In 1937 brachten mr. en mrs. Arthur Byron een Basenji teefje mee van hun reis naar Zuid-Soedan. Dit hondje hadden zij met grote moeite kunnen kopen van een Soedanese inboorling. Haar naam
was Amatangazig, kortweg Zig genoemd. Toen Zig tijdens de oorlogsjaren verhuisde naar mrs. Veronica Tudor-Williams veranderde haar naam in Amatangazig of The Congo. Zij was een hond welke zeer grote invloed op de fokkerij heeft gehad. Veel van de huidige Basenji's zijn terug te voeren op de originele ”Blean”en ”of  The Congo” bloedlijnen.

Basenji

 In 1941 importeerde dhr. Teffich uit New York een paar inheemse Basenji's, die gezamenlijk werden vervoerd per schip met vier jonge gorilla's. Ze konden het tijdens de lange reis uitstekend met elkaar vinden.
Deze Basenji's ”Kindu” en ”Kaysenji”, kregen een zoon, de in Amerika geboren  ”Kingolo”. Hij werd Amerikaans kampioen. Daarna werd hij door mr. en mrs. R.J. Williams naar Ierland geëxporteerd en bleek een waardevolle outcross. Mrs. Elspeth Ford van de bekende ”Taysenji” Basenji's bracht de eerste zwart/witte Basenji kampioen vanuit Zambia naar Engeland. De reu Ch. Taysenji Tahzu won zijn
titel onder de Zuid-Afrikaanse Kennel Club regels, voordat hij naar Engeland vertrok. In hun boek ”Leopard in my Lap” schreven Armand en Michaela Denis in 1955 over de verschillen in type tussen de Noordelijke en Zuidelijke Congo Dogs.

Zij vermelden ook de diverse kleurvarianten. Inboorlingen in struik en/of moerasgebied prefereerden de rood/witte of de brindle exemplaren. De stammen in de omgeving van veel bomen zagen hun Basenji's liever in de kleuren zwart/wit en tri-colour. In 1959 vergezelde mr. Michael Hughes Halls (ingezetene van Zuid-Rodesie) mrs. Veronica Tudor-Williams tijdens haar expeditie door Soedan, waar zij de eerste brindle kleurige Basenji ontdekte, later genaamd ”Binza of the Laughing Brook”. Basenji's in Nederland

In 1953 werden de eerste twee Basenji's geïmporteerd vanuit Engeland door Jonkheer Van Sandbergh uit Wassenaar. Dit was de rood/witte reu ”Orange Pip of The Congo ” (Black Jinn of The Congo x Coctail of The Congo) geboren 20-1-1952 en gefokt door mrs. Veronica Tudor-Williams en mr. en mrs. H. Keegan en het rood/witte teefje ”Mintoes of The Congo” (Ch. Alderney of Thomastown x Ch. Mint Julep of
The Congo) geboren 21-12-1951 en gefokt door mrs. Veronice Tudor-Williams. Op 7-1-1954 fokte C. Sandbergh- de Vlieger het eerste Nederlandse nestje Basenji's onder de kennenaam ”v.d. Vrije Blick” te weten vier rood/witte teefjes uit de bovenstaande importhonden. Deze combinatie werd herhaald met de geboorte van vijf rood/witte pups te weten twee reutjes en drie teefjes op 27-11-1954.  "Orange Pip of The Congo” behaalde de titel Winner 1954 en het teefje ”Mintoes of the Congo” werd Jeugdwinster 1953 en Winster 1954.

In 1955 importeerde Jonkheer Van Sandbergh de tri-colour reu ”Black Fly of The Congo”
(piccolo of The Congo x Ch. Petal of The Congo) geboren 10-12-1954 van fokster mrs. Veronica Tudor-Williams. Deze import resulteerde in een nestje geboren 19-12-1995 v.d. Vrije Blick Basenji's bestaande uit een reu en vijf teven alle  rood/wit met als moederhond ”Amba v.d. Vrije Blick”. 1956 laat zien kennel ”v. Bongoland” van mevr. A. Kempers-Martens en eveneens in 1956 fokte W. Wijnvoord  een nestje, maar deze bezat geen kennelnaam. In 1957 fokte W. Sillem onder de kennelnaam ”v.d. Verklikker” een nest uit de combinatie Bellpip v.d. Vrije Blick x Chiquitta v.d. Vrije Blick, dezelfde combinatie herhaalde hij in 1958.

Ook in 1958 kennel ”van de Groenzijl” van mej. M. Tissing. 1961 bracht kennel ”van de Fronsel” van J. Jongsma. In 1974 fokten Lt.William B. Wood onder kennelnaam ”Kachina” twee nestjes met de in 1973 geïmporteerde reu ”Hengist of Houndmark” en de import teven ”Lionslair Fula Black Cap of The
Congo” en ”Erme Dancing Pony”. Kennel ”van het Leurse Bos” van T. Fokker-Brouwer  fokte in 1975 drie nestjes.

In 1976 was er het eerste ”Basiateck's” nestje van mevr. E. de Reus uit de combinatie van Hengist of Houndsmark x Riviana Rasjilah. Mevr. E. de Reus is van groot belang geweest voor de populatie van de
Basenji in Nederland. Meer dan 25 jaar heeft zij hart en ziel gegeven aan dit ras. Ook in het buitenland is mevr. E. de Reus geen onbekende in de Basenji wereld. In 1972 importeerde zij haar eerste twee Basenji's uit Engeland, dit waren ”Fula Kenge of The Congo” (reu) en ”Fula Furore of The Congo” (teef). Met
deze twee honden verscheen mevr. E. de Reus op vele tentoonstellingen, maar ze zijn niet gebruikt voor de fokkerij. In 1975 importeerde ze weer twee Basenji's uit Engeland te weten ”Riviana Gold Fula of The Congo” (reu) en ”Riviana Rasjilah” (teef). Nadat deze twee honden vele tentoonstellingen gelopen hadden
en allebei nationaal en internationaal kampioen werden, zijn zij gebruikt voor  de fok. Riviana Rasjilah is daardoor dan ook de stammoeder van alle Basiateck's Basenji's. Het vlaggeschip van de Basiateck's kennel is jarenlang de teef ”Basiateck's Bemba” geweest, een zeer fraaie teef, die voor de nodige nazaten heeft gezorgd en op tentoonstellingen een zeer geliefde hond was.

Basenji op tentoonstelling in stand

Met het eerste Basiateck's nest in 1975 heeft mevr. E. de Reus thans twintig nesten op haar naam staan en was zij de afgelopen 25 jaar zeer regelmatig te zien op tentoonstellingen in binnen- en buitenland, resultaten hiervan was dat ze in eigen bezit 11 kampioenen heeft gehad. Ook de nazaten in ander bezit hebben de  nodige titels behaald. 1978 bracht ”Van Tilburgs Roem” van G. Wagener-v. Puijenbroek in beeld en in 1979 kwam ”de Stille Sprinter” van J. Wassenaar erbij en ”Van Marconi's hof” van C. Hartgers. In 1980 volgde ” ”De Perbablo van J. Willemsen en in 1983 kwam fokster E. Takx- de Vos de kennel ”Van de
Zuidvlietweide” erbij. 1985 bracht ons naar ”Van Fulas Beauty” van J. den Hartog-Donker. In 1989 een nieuwe kennelnaam ”Van de Stille Jager” van dhr. H. Schipper en in 1990 fokte L.v. Nieuwmegen haar eerste nestje onder kennelnaam ”The Dogs of Joy”.

In 1993 wederom een nieuwe kennelnaam en wel ”Abotere's” van mevr. J. Gielisse, zij importeerde Basenji's vanuit verschillende delen van de wereld en heeft hiermee vele successen behaald. Deze successen heeft zij
heden nog steeds. Mevr. J. Gielisse is een van de mensen geweest die zich hard gemaakt hebben om de brindle kleur erkend te krijgen. In 1994 fokt dhr. O. Zeypveld zijn eerste nest onder de kennelnaam ”of the Two Choices”. In 1998 heeft mevr. J. Brookman haar eerste nestje onder de kennelnaam ”From the
Headwaters”.

Een jaar daarna komen we onder kennelnaam ”Oelan Oede” het eerste Basenji nestje van dhr. J.v.d. Stelt tegen. Mevr. H. Bijker heeft in 2000 haar eerste nestje onder de kennelnaam ”African Mystery's”. In 2001 zijn er twee nieuwe kennelnamen of the Silent Path van Dhr. F. Leemeijer en Two of a Kind's van Dhr. D. Span.

In 2003 heeft Mevr. M. Felix haar eerste nest onder de kennelnaam v. Oxymoron. Als laatste komt Dhr. M. v.d. Heuvel die in 2005 zijn eerste nest fokt onder de kennelnaam Toka Kilima. In de loop der jaren zijn
er in totaal 50 Basenji's vanuit de gehele wereld geïmporteerd, de meeste zijn (en worden nog steeds) gebruikt door de fokkers bij het fokken.Vanaf het begin tot op heden zijn er 127 nesten geboren met een totaal van 540 Basenji puppen.

In de jaren 90 heeft er drie maal een contactdag voor Basenji 's en hun eigenaren plaats gevonden, deze dagen waren bedoeld om de eigenaren en hun honden met elkaar in contact te brengen en de ervaringen met dit speciale ras onderling uit te kunnen wisselen. Deze dagen zijn altijd erg goed bezocht en
door de deelnemers ook altijd als zeer plezierig ervaren. Ook werden de Basenji eigenaren door middel van een nieuwsbrief op de hoogte gehouden van de activiteiten en nieuwtjes.

Basenji op de Basenji Clubmatch

In 1999 werd er een eigen vereniging opgericht: 

Basenji Club Nederland erkent door de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland en ingeschreven bij de kamer van koophandel.

De Basenji Club Nederland behartigd de belangen van Basenji in Nederland en organiseert een jaarlijkse kampioenschaps tentoonstelling, houdt coursing wedstrijden waar de Basenji's zich kunnen uitleven in het veld en informeert zijn fokkers omtrent de stand van het ras.

Voor vragen kunt u zich wenden tot het een van de bestuursleden,

29 maart 2006

 

 

www.basenji-club.nl Copyright © 2006 - de Basenji Club Nederland.